ECLI:NL:RVS:2024:27
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling uit Syrië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het beroep en verwees naar een eerdere uitspraak over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Roemenië, die ook hier van toepassing is.
De vreemdeling stelde dat bijzondere omstandigheden, waaronder onmenselijke behandeling in Roemenië, in aanmerking genomen moesten worden bij de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De Afdeling oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende onderbouwd waren en dat er geen reëel risico is op strijdige behandeling bij overdracht.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.