Art. 8:54 AwbArt. 9, eerste lid, Vw 2000Art. 8 EVRMArt. 91, tweede lid, Vw 2000
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vreemdeling
Bij besluit van 12 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een document verstrekt dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 24 september 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, welke op 26 augustus 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisen en bevestigt het eerdere oordeel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.
Uitspraak
202205554/1/V3.
Datum uitspraak: 4 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 26 augustus 2022 in zaak nr. 21/6027 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 12 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken. In hetzelfde besluit heeft de staatssecretaris ambtshalve een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 aan de vreemdeling verstrekt, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt.
Bij besluit van 24 september 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J. Hemelaar, advocaat te Leiden, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 10 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2370, onder 4.1 tot en met 4.3, over het gevolg van een Chavez-Vilchez-verblijfsrecht voor de beoordeling of intrekking van een verblijfsvergunning in strijd is met artikel 8 vanPro het EVRM). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen