ECLI:NL:RVS:2024:2789
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 mei 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming betreffen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de vordering tot proceskostenvergoeding af. Hiermee blijft het besluit van de staatssecretaris ongewijzigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het hoger beroep ongegrond.