ECLI:NL:RVS:2024:2808
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek geluidbelasting Verlengde Vosdonkseweg
Appellant woont naast de Verlengde Vosdonkseweg en verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rucphen om handhavend op te treden tegen het gebruik van de weg in strijd met de geluidsvoorschriften van het bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af omdat er concreet zicht was op legalisatie door het verhogen van een geluidswand. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde eerder een besluit vanwege onjuiste uitgangspunten in het akoestisch onderzoek en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen met een nieuw onderzoek.
Het nieuwe akoestisch onderzoek toonde een overschrijding van de maximale geluidbelasting van 48 dB met 49 dB, maar stelde maatregelen voor die de overschrijding kunnen opheffen. Het college handhaafde het besluit vanwege het zicht op legalisatie en de inmiddels verleende en onherroepelijke vergunning voor de geluidswandverhoging.
Appellant voerde aan dat het akoestisch rapport gebrekkig was door het niet meenemen van bepaalde verkeersontwikkelingen en tegenstrijdigheden in verkeersaantallen. De Afdeling oordeelde dat het verkeersmodel adequaat was aangepast en dat de genoemde ontwikkelingen grotendeels waren meegenomen of niet relevant waren. Ook waren de verkeersaantallen in lijn met recente tellingen. Nieuwe beroepsgronden werden niet toegelaten.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af. Het college was bevoegd om handhavend op te treden, maar mocht afzien vanwege concreet zicht op legalisatie en proportionaliteit. Het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard en het collegebesluit blijft in stand.