ECLI:NL:RVS:2024:2886
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar financiële bijdrage NOvA
De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) legde appellant bij brief van 19 januari 2021 een financiële bijdrage van €329,00 op, met een betalingstermijn van zes weken. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd door de NOvA niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de bekendmaking van het besluit niet rechtsgeldig was en dat het bezwaar tijdig was ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank niet tijdig had plaatsgevonden, waardoor de uitspraak werd vernietigd. De Afdeling oordeelde dat appellant niet voldoende had aangetoond dat hij langs elektronische weg bereikbaar was voorafgaand aan het besluit, waardoor de bezwaartermijn niet op het moment van het besluit was gestart.
Echter, appellant was op 31 maart 2021 bekend met het besluit en had toen binnen een redelijke termijn bezwaar kunnen maken. Omdat hij dit niet tijdig deed en geen geldige reden voor de termijnoverschrijding gaf, werd het beroep alsnog ongegrond verklaard. De Afdeling gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de NOvA wordt ongegrond verklaard ondanks vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.