ECLI:NL:RVS:2024:2912
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen handhavingsbesluit en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een beroep van appellant tegen het besluit van 16 februari 2021 van het college van gedeputeerde staten van Fryslân, waarin het verzoek om handhaving van verbodsbepalingen uit de Flora- en Faunawet werd afgewezen. Dit besluit volgde op eerdere besluiten en een uitspraak van de Afdeling van 2 september 2020.
Appellant klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, die ruim 7 jaar duurde. De Afdeling stelde vast dat de redelijke termijn met bijna 4 jaar was overschreden en kende een forfaitaire schadevergoeding toe van €4.000,00, waarvan een deel werd toegerekend aan het college, de rechtbank en de Afdeling.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat het college had voldaan aan de opdracht om vast te stellen of de waterdiepte in het petgat op het perceel van appellant voldeed aan het uitgangspunt van 1,30 meter zoals beschreven in het RHK-rapport. De gegevens uit peilkaarten van 2015 en 2017 toonden aan dat de waterdiepte gemiddeld voldoende was, zodat geen handhavend optreden nodig was.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard. Daarnaast werden de proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen aan appellant en verhaald op het college en de Staat.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.