ECLI:NL:RVS:2024:2930
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging omgevingsvergunning bouw parapluhooiberg en in stand laten rechtsgevolgen
Op 12 juni 2019 diende initiatiefnemer een aanvraag in voor de bouw van een parapluhooiberg op een perceel te Berlicum. Het college verleende op 9 december 2019 de omgevingsvergunning, maar de rechtbank vernietigde dit besluit op 28 april 2021 wegens onvoldoende motivering en strijd met provinciaal beleid. De rechtbank bepaalde echter dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven.
De Vereniging Het Groene Hart Brabant maakte bezwaar tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en stelde onder meer dat het herstelplan, dat gebruiksregels voor parapluhooibergen bevat, nog niet definitief was en dat de parapluhooiberg niet voldeed aan de definitie in het plan. Ook voerde zij aan dat het welstandsadvies onterecht was gevolgd en dat een convenant tussen de gemeente en de Vereniging niet was nagekomen.
De Raad van State overwoog dat het herstelplan als toetsingskader mocht worden gebruikt omdat het plan ten tijde van de uitspraak van de rechtbank was vastgesteld en in werking getreden, ondanks lopende beroepsprocedures. De bouwaanvraag voldeed aan de definitie van parapluhooiberg in het herstelplan, waarbij niet vereist is dat de centrale paal dragend is. Het college mocht afgaan op het welstandsadvies, omdat geen concrete aanwijzingen voor onzorgvuldigheid waren aangevoerd. Het convenant leidde niet tot een gebrekkige voorbereiding van het besluit.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.