ECLI:NL:RVS:2024:2972
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel aanvragen door vreemdelingen
Bij besluiten van 28 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvragen van drie vreemdelingen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die deze beroepen op 8 juli 2024 eveneens niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, samen met een verzoek om voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er geen bijzondere feiten of omstandigheden waren zoals bedoeld in het arrest Bahaddar tegen Nederland van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat verdere motivering niet nodig was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.C.W. Lange op 22 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, waarmee de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen wordt bevestigd.