ECLI:NL:RVS:2024:3006
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag overkomst Afghanistan onder speciale voorziening
Appellant, met de Afghaanse nationaliteit en verblijvend in Afghanistan, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen op grond van zijn eerdere werkzaamheden als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht.
De minister wees de aanvraag af omdat appellant niet in de defensiedatabase voorkomt die meldingen en hulpverzoeken tot 11 oktober 2021 bevat, wat een harde deadline is voor de speciale voorziening. De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarna appellant hoger beroep instelde.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de minister terecht vasthoudt aan de datumgrens en dat appellant geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die een uitzondering rechtvaardigen. Argumenten over levensgevaarlijke omstandigheden en veranderende e-mailadressen zijn onvoldoende onderbouwd om de afwijzing onevenredig te achten.
De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank dat de minister niet verplicht was te beoordelen of appellant daadwerkelijk als bewaker heeft gewerkt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.