ECLI:NL:RVS:2024:3019
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning verbreding in-/uitrit vanwege verlies openbare parkeerplaats
In deze zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg op 29 november 2019 een omgevingsvergunning geweigerd voor het verbreden van de in-/uitrit van de woning van appellant naar 5 meter. De appellant wil dit om twee auto's naast elkaar te kunnen parkeren, omdat de in-/uitrit tijdens een herinrichting in 2016 was versmald tot 3,15 meter.
Het college motiveerde de weigering omdat de verbreding ten koste zou gaan van een openbare parkeerplaats of openbaar groen. Het bezwaar van appellant werd door het college ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit in mei 2022. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college de vergunning terecht heeft geweigerd omdat de verbreding tot 5 meter inderdaad leidt tot het verdwijnen van een openbare parkeerplaats of het kappen van een boom. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de vergelijkbare gevallen zich aan de overkant van de straat bevinden waar geen openbare parkeerplaatsen zijn. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat de toezegging van een ambtenaar zag op een verbreding tot 4,40 meter, niet tot 5 meter.
De Raad van State bevestigt daarmee het besluit van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; vergunning voor verbreding in-/uitrit tot 5 m terecht geweigerd vanwege verlies openbare parkeerplaats.