ECLI:NL:RVS:2024:3054
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asiel
De vreemdeling had bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 6 oktober 2023 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 31 mei 2024 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 29 juli 2024 besloten om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de minister van Asiel en Migratie de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 875,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand die door een derde beroepsmatig is verleend.
De beslissing is genomen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter achtte het noodzakelijk om de vreemdeling te beschermen tegen uitzetting in afwachting van de definitieve uitspraak in hoger beroep. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en ondertekend door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.