ECLI:NL:RVS:2024:3111
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake herbeoordeling kinderopvangtoeslag toeslagjaren 2014-2016
Appellant verzocht in januari 2021 om herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Voor toeslagjaar 2016 werd hij als gedupeerde van de toeslagenaffaire erkend en kreeg hij een compensatie van €30.000 toegekend. Voor 2014 en 2015 werd hij niet als gedupeerde aangemerkt.
De rechtbank wees op 30 maart 2023 het verzoek van appellant om herziening van een eerdere uitspraak af, omdat niet was voldaan aan de cumulatieve voorwaarden voor herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro. Appellant stelde procedurele fouten aan de orde en betoogde dat de Belastingdienst/Toeslagen beleid voerde van stilzitten tot de uitspraak in het beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen actueel en reëel belang meer had bij inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, nu de Belastingdienst/Toeslagen op 26 augustus 2022 op zijn bezwaar had beslist en de termijn die de rechtbank had gesteld was verstreken. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.