ECLI:NL:RVS:2024:3132
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 maart 2023 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 18 april 2023 het besluit vernietigde wegens een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het gebrek eenvoudig te herstellen is en het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00 aan de vreemdeling. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 31 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.