ECLI:NL:RVS:2024:3136
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 23 april 2024 besloten een vreemdeling in bewaring te stellen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, mede omdat de relevante rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 24 juli 2024.
De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en de minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.