ECLI:NL:RVS:2024:3137
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 februari 2023 een besluit genomen waarin de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie te verlaten en een inreisverbod tegen hem werd uitgevaardigd.
De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hoger beroep bevatte geen vragen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming die nadere motivering vereisten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is uitgesproken door lid van de enkelvoudige kamer M. Soffers op 1 augustus 2024 in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.