ECLI:NL:RVS:2024:3157
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 9 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante rechtsvragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Schipper-Spanninga, in aanwezigheid van griffier A.M.L. Hanrath, op 5 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.