ECLI:NL:RVS:2024:3163
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing beroep en schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 6 mei 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 24 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde op 5 augustus 2024 dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank.
De Afdeling zag ook geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van M. Soffers.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.