ECLI:NL:RVS:2024:3181
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 26 april 2024 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die beantwoord moeten worden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De rechtsvraag omtrent de informatieplicht van de minister was reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een uitspraak van 24 juli 2024. Daarom zag de Afdeling geen reden om anders te oordelen.
Ambtshalve vond de Afdeling ook geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling bevestigd.