ECLI:NL:RVS:2024:3193
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel en regulier verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 januari 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de grieven van de vreemdeling niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Met name werd overwogen dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro door de minister deugdelijk was gemotiveerd, waarbij werd vastgesteld dat er geen familieleven in de zin van dit artikel bestond tussen de vreemdeling en zijn tante.
De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft de afwijzing van de verblijfsvergunningen in stand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.