ECLI:NL:RVS:2024:320
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvoldoende proceskostenvergoeding bij bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 27 oktober 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 19 december 2023 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Wel werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten wegens een vastgesteld gebrek in de ophouding.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskosten toewees voor de zitting van 12 december 2023, die als een nadere zitting zonder tussenuitspraak moet worden beschouwd. Dit leidde tot vernietiging van dat deel van de uitspraak.
De overige grieven van de vreemdeling werden verworpen, waarbij de Raad van State de motivering van de rechtbank overnam. De bewaring werd ambtshalve niet onrechtmatig bevonden. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor het beroep en hoger beroep, inclusief de gemiste vergoeding voor de zitting op 12 december 2023, tot een bedrag van € 1312,50.
De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 30 januari 2024 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt deels vernietigd wegens onvoldoende toekenning van proceskosten voor de zitting van 12 december 2023; de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van deze proceskosten en die van het hoger beroep.