ECLI:NL:RVS:2024:323
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod wegens onvoldoende motivering politieke overtuiging
Bij besluit van 31 oktober 2020 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 december 2020 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog in haar uitspraak van 30 januari 2024 dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij het onderzoek en de beoordeling van een gestelde politieke overtuiging en de daaruit volgende vrees voor vervolging uitvoert. Dit betreft situaties waarin de vreemdeling deze politieke overtuiging niet in het land van herkomst heeft geuit en deze nog niet heeft geleid tot negatieve aandacht van vervolgingsactoren. Hierdoor is toetsing door de bestuursrechter niet effectief mogelijk.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 31 oktober 2020. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 31 oktober 2020 wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met een zorgvuldige en transparante beoordeling.