ECLI:NL:RVS:2024:3237
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 december 2023 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit niet-ontvankelijk op 26 januari 2024. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de vreemdeling geen prijs meer stelde op bescherming in Nederland, mede omdat er na de melding dat de vreemdeling de opvang had verlaten (MOB-melding) nog contact was geweest tussen de gemachtigde en de vreemdeling. De rechtbank had eerst nadere informatie moeten opvragen bij de gemachtigde over het procesbelang voordat zij het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00 die de vreemdeling had gemaakt voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling met vergoeding van proceskosten.