ECLI:NL:RVS:2024:3265
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep in asielzaak wegens overschrijding beslistermijn
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een asielaanvraag. Vervolgens trok hij het hoger beroep in en verzocht om proceskostenveroordeling van de minister van Asiel en Migratie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de minister de beslistermijn voor de asielaanvraag had overschreden, ondanks een rechtmatige verlenging van negen maanden. De minister had uiteindelijk op 20 oktober 2023 de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd.
Gezien de overschrijding van de beslistermijn en het feit dat de minister aan de aanvraag tegemoet was gekomen, oordeelde de Afdeling dat de minister in de proceskosten moest worden veroordeeld. De vergoeding werd vastgesteld op € 437,50, zijnde kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 437,50 na intrekking van het hoger beroep wegens overschrijding beslistermijn.