ECLI:NL:RVS:2024:328
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering politieke overtuiging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 december 2022 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 juni 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:63) waarin werd vastgesteld dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het onderzoek en de beoordeling van een politieke overtuiging en de daaruit volgende vrees voor vervolging plaatsvindt. Dit gebrek aan transparantie maakt effectieve toetsing door de bestuursrechter onmogelijk.
Gelet hierop oordeelt de Afdeling dat het hoger beroep gegrond is, vernietigt het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de actuele feiten en omstandigheden. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.