ECLI:NL:RVS:2024:3301
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing verzoek overkomst ASG-bewaker onder speciale voorziening
De appellant, een Afghaanse oud-bewaker van de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, vroeg op 15 december 2022 om overkomst naar Nederland voor zichzelf en zijn gezin. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat hij niet rechtstreeks bij Defensie in dienst was en niet in de relevante database voorkwam die meldingen tot 11 oktober 2021 bevatte.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht een afgebakende groep van circa 500 Afghanen hanteert die zich uiterlijk 11 oktober 2021 hebben gemeld, en dat het verzoek van appellant buiten deze termijn valt.
Verder faalden de bezwaren van appellant over willekeur, het gelijkheidsbeginsel, overmacht en gevaar in Afghanistan. De Raad benadrukte de ruime beleidsruimte van de minister bij dit buitenwettelijke begunstigend beleid en bevestigde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om overkomst bevestigd.