ECLI:NL:RVS:2024:3302
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overkomst Afghanistan onder speciale voorziening
De appellant, met de Afghaanse nationaliteit, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen op grond van zijn dienst als bewaker voor de Nederlandse krijgsmacht tussen 2006 en 2009.
De minister wees dit verzoek af omdat appellant niet rechtstreeks bij Defensie in dienst was, maar bij een onderaannemer, en omdat hij niet voorkomt in de Defensie-database met meldingen en hulpverzoeken die uiterlijk op 11 oktober 2021 moesten zijn gedaan om onder de speciale voorziening te vallen.
De rechtbank vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand; het hoger beroep van appellant faalde. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht een afgebakende groep hanteert, dat de einddatum niet onredelijk is, en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel, overmacht en gevaar faalde.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om overkomst bevestigd.