ECLI:NL:RVS:2024:3303
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overkomst Afghanistan onder speciale voorziening
De appellant, een Afghaanse oud-bewaker van de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om zijn overkomst naar Nederland te faciliteren. Dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet onder de speciale voorziening valt die geldt voor een afgebakende groep voormalige medewerkers die zich uiterlijk op 11 oktober 2021 hebben gemeld.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister terecht een duidelijke afbakening hanteert en dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is, waardoor ruime beleidsruimte geldt.
De appellant voerde onder meer willekeur, schending van het gelijkheidsbeginsel, overmacht en gevaar aan. De Afdeling verwierp deze gronden omdat de datum van 11 oktober 2021 als uiterste meldingsdatum niet onredelijk is, de omstandigheden van appellant niet afwijken van andere gevallen en het gevaar in Afghanistan geen bijzondere omstandigheid vormt.
Ook het beroep op motiveringsgebrek faalde, omdat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen in stand liet gezien de proceseconomische belangen en de mogelijkheid tot herstel van het besluit. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.