ECLI:NL:RVS:2024:3305
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 27 juni 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede vanwege een aanstaande zitting over opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië. De procedure voor de voorlopige voorziening leent zich niet voor dit onderzoek, waardoor een voorlopige voorziening werd getroffen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet wordt overgedragen zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 15 augustus 2024.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.