ECLI:NL:RBDHA:2024:20842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of het besluit van de minister terecht is. Eiser betoogt dat Kroatië onvoldoende opvangvoorzieningen heeft en dat hij risico loopt op pushbacks, wat zou neerkomen op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Hij stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals recent bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De aangevoerde rapporten en getuigenissen bieden onvoldoende concrete aanwijzingen voor structurele tekortkomingen in de opvang of een reëel risico op pushbacks voor eiser als Dublinclaimant. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat Kroatische autoriteiten hem niet adequaat zullen helpen.
De rechtbank wijst het beroep af en laat het besluit van de minister in stand. Tevens wordt het verzoek om aanhouding van de zaak in afwachting van een uitspraak van de Afdeling geweigerd. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.