ECLI:NL:RVS:2024:3309
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 14 juni 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin zouden bevorderen.
De Afdeling ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.