ECLI:NL:RVS:2024:3343
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing asielaanvraag wegens niet verschijnen bij nader gehoor
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 oktober 2023 de asielaanvraag van de vreemdeling af omdat deze zonder geldige reden niet was verschenen bij het nader gehoor. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 mei 2024 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 21 augustus 2024 dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State motiveerde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling, mede omdat een vergelijkbare rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 26 juni 2024.
De minister wordt verplicht een nieuw besluit te nemen waarbij wordt onderzocht of de aanvraag buiten behandeling kan worden gesteld of inhoudelijk moet worden behandeld. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. J.H. van Breda.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.