ECLI:NL:RVS:2024:2604
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid afwijzing asielaanvraag wegens niet verschijnen bij nader gehoor
De vreemdeling, een Algerijnse nationaliteithebbende, diende op 31 mei 2022 een asielaanvraag in in Nederland. Na het aanmeldgehoor werd hij uitgenodigd voor een nader gehoor, waarbij hij werd geïnformeerd dat bij niet verschijnen zonder geldige reden de aanvraag als ongegrond kon worden afgewezen. De vreemdeling verscheen niet en de staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de aanvraag slechts buiten behandeling gesteld had mogen worden, omdat geen inhoudelijk onderzoek had plaatsgevonden. De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de werkwijze conform de Procedurerichtlijn was en organisatorische redenen rechtvaardigden de afwijzing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de afwijzing als kennelijk ongegrond bij niet verschijnen niet is toegestaan omdat de nationale wetgeving (Vreemdelingenwet 2000) deze bevoegdheid niet bevat en de richtlijnconforme uitleg daaraan niet in de weg staat. De staatssecretaris kan zich niet rechtstreeks beroepen op niet-geïmplementeerde richtlijnbepalingen. De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.