ECLI:NL:RVS:2024:337
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 maart 2023 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 april 2023 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe zij de politieke overtuiging en de daaruit volgende vrees voor vervolging beoordeelt, vooral wanneer de vreemdeling deze overtuiging niet in het land van herkomst heeft geuit en nog geen negatieve aandacht van vervolging heeft gekregen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten.