ECLI:NL:RVS:2024:3388
Raad van State
- Hoger beroep
- H.J.M. Besselink
- N.H. van den Biggelaar
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunningplicht en handhaving grondwaterputten nabij Natura 2000-gebied Holtingerveld
Het geschil betreft het gebruik en de aanleg van twee waterputten ten behoeve van bollenteelt nabij het Natura 2000-gebied Holtingerveld. Appellant sub 2 verzocht handhavend op te treden tegen het gebruik van de putten en de verbreding van put 1, vanwege mogelijke significante gevolgen voor het natuurgebied. Het college van gedeputeerde staten van Drenthe wees het verzoek af voor put 1 en legde een last onder dwangsom op voor put 2.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van put 1 vergunningplichtig is omdat onduidelijk is of deze put op of rond 1 november 2015 daadwerkelijk in gebruik was, zoals vereist voor de uitzondering in het beheerplan Holtingerveld. Ook stelde de rechtbank het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het hoger beroep van appellanten richtte zich op deze beoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het college onvoldoende heeft onderzocht of voor de referentiedatum toestemming voor put 1 bestond en of het gebruik vergunningplichtig is. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de uitzondering op de vergunningplicht van toepassing is. Het incidenteel hoger beroep en hoger beroep worden ongegrond verklaard, maar het besluit van 21 oktober 2021 wordt vernietigd. Het college wordt opgedragen binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het recht van voor 1 januari 2024 van toepassing is.
Uitkomst: Het besluit van 21 oktober 2021 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de vergunningplicht van put 1.