ECLI:NL:RVS:2024:339
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 april 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek, waarna de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard omdat het motiveringsgebrek eenvoudig te herstellen is en geen vragen van algemene rechtsontwikkeling bevat. Het hoger beroep van de vreemdeling werd gegrond verklaard op basis van eerdere jurisprudentie over de beoordeling van politieke overtuiging en vervolgingsvrees.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met de kanttekening dat de motivering verbeterd moet worden. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.