ECLI:NL:RVS:2024:3395
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid en toekenning proceskostenvergoeding na fraudebeslissing examencommissie Vista College
Appellante volgde het voortgezet algemeen volwassenonderwijs aan het Vista College en werd wegens het bij zich hebben van een geannoteerd woordenboek tijdens het schoolexamen geschiedenis door de examencommissie uitgesloten van het centrale examen geschiedenis. De examencommissie legde hiermee een punitieve sanctie op.
De commissie van beroep verklaarde het administratief beroep van appellante gegrond en gaf de examencommissie opdracht een nieuwe beslissing te nemen, maar wees een proceskostenvergoeding af met verwijzing naar het reglement en het ontbreken van een verplichting tot het inschakelen van een advocaat.
Appellante stelde beroep in tegen deze beslissing en betoogde dat de commissie ten onrechte de beslissing van de examencommissie niet had vernietigd en dat zij onterecht geen proceskostenvergoeding had ontvangen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de commissie wel bevoegd was tot het toekennen van proceskostenvergoeding op grond van artikel 7:28, tweede lid, van de Awb en dat de uitsluiting wegens fraude onrechtmatig was verklaard.
De Afdeling vernietigde de beslissing van de commissie voor zover daarin geen proceskostenvergoeding was toegekend en veroordeelde de commissie tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief griffierecht en kosten voor beroepsmatige bijstand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en proceskostenvergoeding aan appellante toegekend.