ECLI:NL:RVS:2024:3396
Raad van State
- Herziening
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening zorgtoeslagzaak over 2016 en 2017
In deze zaak verzocht de verzoeker om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 10 mei 2023, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de vaststelling van de zorgtoeslag over 2016 en 2017 ongegrond werd verklaard.
De verzoeker stelde dat hij sinds 2008 gemoedsbezwaarde is en daarom geen zorgtoeslag heeft aangevraagd over de betreffende jaren. Hij voerde aan dat de bewijslast omgekeerd moest worden en dat de zaak aangehouden moest worden. Tevens verzocht hij om behandeling door een meervoudige kamer.
De Afdeling oordeelde dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien er feiten of omstandigheden zijn die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De verzoeker bracht geen dergelijke feiten of omstandigheden aan. De overgelegde stukken waren onvoldoende toegelicht en relevantie was onduidelijk.
De Afdeling wees het verzoek af en stelde dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden door geen aanhouding toe te passen. Ook is behandeling door een enkelvoudige kamer passend. De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de zorgtoeslag 2016-2017 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.