ECLI:NL:RVS:2024:340
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel aanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 18 april 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juli 2023 het besluit vernietigde wegens een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 31 januari 2024 dat het hoger beroep ongegrond is. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en benadrukte dat het motiveringsgebrek eenvoudig kan worden hersteld. De staatssecretaris moet bij het nieuwe besluit rekening houden met factoren zoals de leeftijd van de vreemdeling, zijn sociale netwerk, opleiding, en de situatie na terugkeer naar Oostenrijk, inclusief de mate van mogelijke hechtingsproblemen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die door een derde beroepsmatig zijn verleend. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde besluitvorming bij asielaanvragen, vooral wanneer het gaat om minderjarige vreemdelingen in een vormende levensfase.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.