ECLI:NL:RVS:2024:3426
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding wegens onrechtmatige ophouding vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 23 juli 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze bewaring bij de rechtbank Den Haag, die op 6 augustus 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling terecht over een onrechtmatige ophouding voorafgaand aan de bewaring, waarbij de rechtbank had nagelaten de minister te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat deze nalatigheid onjuist was en vernietigt het deel van het vonnis dat de proceskostenvergoeding betrof.
De overige grieven van de vreemdeling worden ongegrond verklaard omdat zij geen algemene rechtsontwikkeling of rechtseenheid dienen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van € 2.625,00.