ECLI:NL:RBDHA:2024:14946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Verweerder legde op 23 juli 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, welke op 2 september 2024 werd opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot 31 juli 2024 rechtmatig was, maar dat de verlenging van het verwijderingsbesluit per 2 juli 2024 onrechtmatig was verklaard in een eerdere uitspraak. Hierdoor ontbrak vanaf 1 augustus 2024 de grondslag voor de bewaring, waardoor het voortduren van de maatregel onrechtmatig was.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €3.200 voor 32 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €875. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser ontvangt een schadevergoeding van €3.200 voor onrechtmatige bewaring.