ECLI:NL:RVS:2024:3442
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onregelmatigheid en ongeldigverklaring toets na vermeende fraude mondhygiënist
De examencommissie van Hogeschool Inholland stelde op 20 december 2023 vast dat appellante fraude had gepleegd bij de toets Tandheelkundige radiologie, verklaarde de toets ongeldig en sloot haar een jaar uit van tentamens. Het college van beroep voor de examens verklaarde het administratief beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht of buiten redelijke twijfel vaststond dat appellante fraude had gepleegd. Hoewel identieke antwoorden en afwijkende loggegevens werden geconstateerd, ontbrak sluitend bewijs van fraude. De Afdeling oordeelde dat de examencommissie onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante contact had gehad met de andere student of dat de overeenkomsten niet toevallig waren.
De Afdeling erkende wel dat onregelmatigheden hadden plaatsgevonden die de toetsresultaten onbetrouwbaar maakten. Daarom was het terecht dat de examencommissie de toets ongeldig verklaarde om de kwaliteit van het tentamen te waarborgen. De sanctie van uitsluiting wegens fraude werd echter vernietigd wegens gebrek aan bewijs.
De Afdeling oordeelde verder dat appellante onterecht geen cautie was gegeven, maar passeerde dit gebrek omdat zij daardoor niet was benadeeld. Ook werd geen schending van de goede procesorde vastgesteld. Het beroep werd gegrond verklaard, de beslissing van het college vernietigd en de examencommissie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De toets wordt ongeldig verklaard wegens onregelmatigheden, maar de fraudevaststelling en sanctie worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs.