ECLI:NL:RVS:2024:3443
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor huisvesting arbeidsmigranten
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk legde aan verzoeker, eigenaar van vijf woningen, een last onder dwangsom op wegens overtreding van het bestemmingsplan door huisvesting van groepen arbeidsmigranten in wisselende samenstelling. Verzoeker betwistte de uitleg van het begrip 'huishouden' in het bestemmingsplan en vroeg schorsing van de last onder dwangsom in afwachting van hoger beroep.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de rechtbankuitspraak zal worden vernietigd. De feiten waarop de rechtbank zich baseerde, ontleend aan controlerapporten, zijn onvoldoende betwist. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de verhuurwijze niet voldoet aan het begrip 'huishouden' vanwege het ontbreken van continuïteit in bewonerssamenstelling.
De voorzieningenrechter vond ook dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat de huurcontracten per individuele bewoner verschillen in aanvang en duur, en dat bewoners geen intentie hebben om samen te blijven wonen. De rechtbank heeft daarnaast terecht overwogen dat de last niet onevenredig is en heeft het betoog van verzoeker gemotiveerd weerlegd.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.