ECLI:NL:RVS:2024:346
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 6 maart 2023 een besluit genomen tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang vanwege het verkeerd aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op 22 februari 2023. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een doos die naast een inzamelvoorziening was geplaatst, waarbij appellant werd aangewezen als overtreder omdat zijn naam en adres op een label op de doos waren aangetroffen.
Appellant voerde aan dat hij niet degene was die de doos had geplaatst en dat hij ten tijde van de overtreding in België verbleef, wat werd ondersteund door een getuigenverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het bewijsvermoeden geldt dat degene aan wie het afval kan worden herleid, ook de overtreder is, tenzij voldoende twijfel wordt gezaaid. De enkele stelling dat appellant in het buitenland was, ontkracht het vermoeden niet, omdat het afval ook vóór zijn verblijf geplaatst kan zijn.
Verder oordeelde de Afdeling dat de kosten van € 199,57 geen boete betreffen, maar de werkelijke kosten van het verwijderen van de afvaldoos. Het verzoek van appellant om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het college het bezwaar terecht ongegrond had verklaard. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard en de kosten zijn terecht aan hem opgelegd.