ECLI:NL:RVS:2024:347
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing toepassing spoedeisende bestuursdwang bij verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 6 maart 2023 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een aangewezen inzamelvoorziening was aangetroffen. De huisvuilzak was herleidbaar tot appellant via een adreslabel in de zak. Appellant betwist niet dat de zak van hem is, maar stelt dat hij niet degene was die de zak naast de inzamelvoorziening heeft geplaatst. Hij voert aan dat hij de zak bij zijn voordeur had geplaatst met de intentie deze in zijn achtertuin te deponeren en vermoedt dat derden de zak verkeerd hebben aangeboden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwijst naar vaste rechtspraak waarin een bewijsvermoeden geldt dat degene aan wie afval is te herleiden, als overtreder wordt aangemerkt tenzij voldoende twijfel wordt gezaaid. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat een ander de zak verkeerd heeft aangeboden en heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet verantwoordelijk is, ondanks zijn aanwezigheid op het werk tijdens de constatering.
De Afdeling oordeelt dat het college appellant terecht als overtreder heeft aangemerkt, mede omdat het achterlaten van afval in de openbare ruimte risico's met zich brengt die aan appellant kunnen worden toegerekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en hij wordt terecht als overtreder aangemerkt.