ECLI:NL:RVS:2024:3521
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over bewaring vreemdeling en informatieplicht minister
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 30 mei 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze Afdeling oordeelde dat de rechtsvraag omtrent de informatieplicht van de minister reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 24 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2979).
De Afdeling zag geen reden om in dit geval anders te oordelen en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. De bewaring van de vreemdeling en de informatieverstrekking door de minister werden als rechtmatig beoordeeld.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.