ECLI:NL:RVS:2024:3521

Raad van State

Datum uitspraak
28 augustus 2024
Publicatiedatum
28 augustus 2024
Zaaknummer
202403966/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 5.3 Vb 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak over bewaring vreemdeling en informatieplicht minister

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 30 mei 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze Afdeling oordeelde dat de rechtsvraag omtrent de informatieplicht van de minister reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 24 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2979).

De Afdeling zag geen reden om in dit geval anders te oordelen en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. De bewaring van de vreemdeling en de informatieverstrekking door de minister werden als rechtmatig beoordeeld.

Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

202403966/1/V3.
Datum uitspraak: 28 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 21 juni 2024 in zaak nr. NL24.23574 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 21 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.M. Seth Paul, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.1.    Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 24 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2979, onder 4.1 en 5, over de informatieplicht van de minister uit artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2024
644-1086