ECLI:NL:RVS:2024:3525
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdelingen door Raad van State in hoger beroep
Bij besluiten van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid meerdere vreemdelingen in bewaring gesteld. De vreemdelingen, samen met hun minderjarige kind, hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. De rechtbank heeft bij uitspraak van 15 april 2024 de beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De vreemdelingen hebben hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling ziet ook geen aanleiding om de bewaring ambtshalve onrechtmatig te achten. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.