ECLI:NL:RVS:2024:3529
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 20 juni 2024 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze Afdeling heeft het hoger beroep onderzocht en concludeerde dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak ziet ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.