ECLI:NL:RVS:2024:3565
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat overplaatsing naar ROV-kamer geen vrijheidsontneming inhoudt in asielzoekersopvang
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft hoger beroep tegen besluiten van het COa die de verstrekkingen aan een vreemdeling voor twee weken inhouden door overplaatsing naar een ROV-kamer op de HTL. De rechtbank had geoordeeld dat deze overplaatsingen vrijheidsontneming inhielden en het COa veroordeeld tot schadevergoeding.
De Afdeling analyseert uitgebreid de omstandigheden van de ROV-kamers, waaronder de mate van bewegingsvrijheid, de duur van verblijf, toegang tot voorzieningen en sociale contacten. Hierbij betrekt zij relevante jurisprudentie van het EHRM en het Hof van Justitie over vrijheidsbeperking versus vrijheidsontneming.
De Afdeling concludeert dat hoewel de ROV-kamer een aanzienlijke inperking van bewegingsvrijheid en voorzieningen betekent, het verblijf tijdelijk is, de vreemdeling de kamer en HTL vrijwillig kan verlaten zonder nadelige gevolgen, en er enige mate van sociaal contact mogelijk is. Daarom is er geen sprake van vrijheidsontneming.
Het hoger beroep van de vreemdeling wordt voor zover mogelijk ongegrond verklaard, het hoger beroep van het COa gegrond en het eerdere vonnis vernietigd. De schadevergoeding en proceskostenveroordeling worden daarmee teruggedraaid. De Afdeling bevestigt ook dat het COa een wettelijk kader heeft voor het opleggen van ROV-maatregelen.
Uitkomst: De Afdeling oordeelt dat overplaatsing naar een ROV-kamer geen vrijheidsontneming is en vernietigt het eerdere vonnis dat dit anders oordeelde.