ECLI:NL:RVS:2024:3606
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken familieleven onder artikel 8 EVRM
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 april 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat de minister geen deugdelijke belangenafweging had gemaakt op grond van artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor privé- en gezinsleven beschermt. De Afdeling overwoog dat de minister zich voldoende had gemotiveerd en terecht had vastgesteld dat er geen sprake was van een familieleven tussen de vreemdeling en de referent. Hierdoor was een belangenafweging niet vereist.
De grief van de vreemdeling werd verworpen omdat deze geen nieuwe vragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.