ECLI:NL:RVS:2024:3618
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 juli 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 augustus 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede gezien de recente zitting van 28 augustus 2024 over opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië. De huidige procedure leent zich niet voor dat nader onderzoek, waardoor een voorlopige voorziening passend is.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen zolang het hoger beroep niet is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 5 september 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.